Personeelsmonitor gemeenten 2021

Deze online uitgave van de Personeelsmonitor Gemeenten bestaat uit de belangrijkste kerngetallen per thema, met cijfers per gemeentegrootteklasse en een samenvatting per thema. Meer informatie over berekeningen en definities is te vinden in het het Gegevenswoordenboek. De Personeelsmonitor 2021 is ook te downloaden als pdf of te bestellen via A&O fonds Gemeenten. In de Personeelsmonitor 2021 is de definitie van het Gegevenswoordenboek toegepast. Dit werd in eerdere jaren niet voor alle indicatoren gedaan. Het gaat specifiek om de uitgaven aan externe inhuur, de doorstroom, de uitstroom en het salaris. Daardoor kunnen helaas niet alle resultaten op een zinvolle manier met elkaar worden vergeleken.

Bezetting gemeenten

Het aantal ambtenaren dat werkzaam is bij Nederlandse gemeenten blijft in beweging. Factoren die daar invloed op hebben zijn de coronacrisis en de krapte op de arbeidsmarkt. Maar ook processen als de transities en verzelfstandiging hebben invloed op de bezetting van gemeenten. Om deze bewegingen te kunnen volgen, analyseren we de jaarlijkse ontwikkeling van de gemeentelijke bezetting en haar onderliggende kenmerken.

Toename gemeentelijke bezetting houdt aan

bezetting gestegen tot 172.500 personen

gemiddelde leeftijd gedaald 47,4 jaar

Uitgaven aan Externe inhuur 16,5% gestegen

Deeltijdfactor 0,90 gestegen

Vrouwelijke leidinggevenden = Gelijk gebleven

Bekijk formatie & bezetting per gemeentegrootte:

< 20.000
20.000 - 50.000
50.000 - 100.000
> 100.000
G4

Gemeentegrootte < 20.000

Bezetting 6.080 personen
Gemiddelde leeftijd 48,0 jaar

Gemeentegrootte 20.000 - 50.000

Bezetting 41.480 personen
Gemiddelde leeftijd 48,0 jaar

Gemeentegrootte 50.000 - 100.000

Bezetting 37.350 personen
Gemiddelde leeftijd 47,8 jaar

Gemeentegrootte > 100.000

Bezetting 41.470 personen
Gemiddelde leeftijd 47,5 jaar

Gemeentegrootte G4

Bezetting 46.110 personen
Gemiddelde leeftijd 46,6 jaar

Bezetting gemeenten

Bezetting nam verder toe, maar groei vlakt af

Op 31 december 2021 waren in totaal 172.500 personen in dienst bij de 352 gemeenten in Nederland. De bezetting is daarmee met 0,8 procent gestegen ten opzichte van 2020. De stijgende trend van de afgelopen jaren zette zich daarmee door, hoewel de groei afvlakte. De grootste stijging deed zich voor bij gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners en bij de G4-gemeenten; in beide gemeentegrootteklassen nam de bezetting toe met 3,8 procent. Net als in 2020 daalde de bezetting wederom in de kleinste gemeentegrootteklassen. Bij gemeenten met 20.000 tot 50.000 inwoners was de afname in bezetting 3,1 procent. Voor gemeenten tot 20.000 inwoners is er een grotere daling waarneembaar. Hier was de afname van de bezetting 8,3 procent. De schaalvergroting die onder gemeenten plaatsvindt is daarmee ook zichtbaar in de resultaten van 2021.

Vacatures spelen een belangrijke rol bij de toe- of afname van de gemeentelijke bezetting: 4 op de 10 gemeenten die te maken hebben met een toename in de bezetting noemen het invullen van vacatures als top-3 reden voor de toename. Het inzetten van sociale media en wervingsbureaus worden het meest genoemd als instrumenten om succesvol te werven. Ruim 9 op 10 gemeenten die te maken hebben met een afname in de bezetting geven aan dat niet-ingevulde vacatures behoren tot de top-3 van redenen voor de afname. Als belangrijkste reden voor toename in de bezetting noemen gemeenten nieuwe taken/deprivatisering. Dit is niet anders dan eerdere jaren.

Wanneer de bezetting wordt gemeten in full time equivalents (fte) zien we een stijging van 2,1 procent ten opzichte van 2020. De snellere stijging van het aantal fte ten opzichte van het aantal medewerkers komt tot uitdrukking in een lichte toename van de gemiddelde deeltijdfactor ten opzichte van 2020 (van 0,89 naar 0,90). Het aantal medewerkers met een voltijdsdienstverband steeg van 57 procent in 2020 naar 58 procent in 2021. In het algemeen geldt dat in grotere gemeenten vaker fulltime wordt gewerkt dan in kleinere gemeenten.

Bezetting neemt naar verwachting toe

Maar liefst 66 procent van de gemeenten verwacht dat de bezetting het komende jaar toeneemt, in 2020 verwachtte nog 47 procent dit. 31 procent van de gemeenten verwacht dat de bezetting het komende jaar gelijk blijft. Groei wordt met name verwacht op het gebied van ruimtelijke ordening/milieu, automatisering/ICT en welzijn/jeugdzorg. Deze gebieden zijn ten opzichte van 2020 ongewijzigd. De eerstgenoemde blijft een uitdaging voor gemeenten: evenals in 2020 is ruimtelijke ordening/milieu opnieuw benoemd als functiegebied waarin het moeilijk is vacatures in te vullen. Binnen de functiegebieden burger-/publiekszaken, dienstverlening/facilitair en buitendienst/groenvoorziening wordt door gemeenten krimp verwacht.

Gemiddelde leeftijd blijft dalen

De dalende trend in de gemiddelde leeftijd onder medewerkers zette ook in 2021 door: de gemiddelde leeftijd daalde van 47,7 jaar in 2020 naar 47,4 jaar in 2021. Hier ligt zowel een stijging in het aandeel jongeren als een daling in het aandeel ouderen aan ten grondslag. We zien voor het eerst sinds 2013 dat het aandeel medewerkers jonger dan 35 jaar en het aandeel medewerkers van 60 jaar en ouder precies gelijk is (beiden 16,9 procent).

Aandeel leidinggevenden iets gestegen

In 2021 lag het aantal leidinggevende met 5,2 leidinggevenden per 100 medewerkers iets hoger dan in 2020 (4,9 leidinggevenden per 100 medewerkers) maar wel op een vergelijkbaar niveau als in 2018 en 2019. Het aandeel vrouwelijke leidinggevenden is ten opzichte van 2020 gelijk gebleven (43 procent), maar ligt nog steeds beduidend hoger dan het landelijk gemiddelde (26 procent). 93 procent van de leidinggevenden was in dienst bij de gemeenten, 7 procent werd door gemeenten ingehuurd.

Externe inhuur

Uitgaven externe inhuur licht gestegen

In 2021 is de berekening van de uitgaven aan externe inhuur ten opzichte van de totale loonsom aangepast, omdat in eerdere jaren de berekeningswijze uit het Gegevenswoordenboek niet juist is gevolgd. Om toch een zinvolle vergelijking met 2020 mogelijk te maken zijn de resultaten voor 2020 herberekend.

Op basis van deze berekening is het aandeel uitgaven aan externe inhuur in de totale loonsom tussen 2020 en 2021 nu gestegen van 15,5 procent naar 16,5 procent. De uitvoering van coronamaatregelen en de arbeidsmarktkrapte hebben ongetwijfeld effect gehad op het aandeel uitgaven aan externe inhuur. Detacheringsen uitzendovereenkomsten en zzp'ers zijn de meest gebruikte vormen van externe inhuur binnen gemeenten. In 2021 gaf 56 procent van de gemeenten aan beleid te hebben gevoerd om de uitgaven aan externe inhuur te verminderen. In 2020 was dit nog 70 procent van de gemeenten. Het omzetten van flexibele banen naar vaste banen, het aanbieden van tijdelijke arbeidsovereenkomsten, een flexibele inzet van (eigen) medewerkers en het afsluiten van raamcontracten voor inhuur zijn voorbeelden van maatregelen die gemeenten nemen om de uitgaven aan externe inhuur te reduceren.

In-stroom, door-stroom en uitstroom

Er zijn twee stromen die de omvang van de gemeentelijke bezetting bepalen: de instroom en de uitstroom van werknemers. De instroom bestaat uit nieuwe medewerkers die door gemeenten worden aangetrokken. Bij de uitstroom gaat het om medewerkers die uit dienst treden bij gemeenten. Ook wordt gekeken naar de doorstroom: dit betreft medewerkers die van functie en/of afdeling zijn veranderd.

Instroom gedaald tot 12,9%

Doorstroom gestegen tot 7,3%

Uitstroom gestegen tot 8,8%

Krimp verwacht in burger- en publiekszaken

Groei verwacht in ruimtelijke ordening/milieu, automaticering/ICT en welzijn/jeugdzorg

Bekijk in-, door- en uitstroom per gemeentegrootte:

< 20.000
20.000 - 50.000
50.000 - 100.000
> 100.000
G4

Gemeentegrootte < 20.000

Instroom 13,9%
Doorstroom 2,2%
Uitstroom 10,6%

Gemeentegrootte 20.000 - 50.000

Instroom 13,1%
Doorstroom 3,2%
Uitstroom 9,7%

Gemeentegrootte 50.000 - 100.000

Instroom 13,0%
Doorstroom 5,4%
Uitstroom 9,4%

Gemeentegrootte > 100.000

Instroom 12,2%
Doorstroom 7,3%
Uitstroom 8,3%

Gemeentegrootte G4

Instroom 13,2%
Doorstroom 12,2%
Uitstroom 7,8%

Instroom, doorstroom & uitstroom

Instroompercentage daalt

Het instroompercentage was in 2021 12,9 procent en is daarmee afgenomen ten opzichte van 2020 en 2019 (beiden 13,4 procent). Wat betreft de kenmerken van instromers zijn de verhoudingen over het algemeen vergelijkbaar met voorgaande jaren. De vrouwelijke instroom ligt hoger (57 procent) dan de mannelijke instroom (43 procent). 55 procent van de instromers heeft een voltijdsdienstverband tegenover 45 procent een deeltijdsdienstverband. De meeste instromers zijn, net als in de vorige jaren, tussen de 25 en 35 jaar en hebben een salaris dat ligt tussen salarisschaal 7 en 9.

Bijna 1 op 5 vacatures wordt gezien als moeilijk vervulbaar. Om moeilijk vervulbare vacatures toch in te vullen vinden gemeenten externe inhuur en intensievere wervingsacties het meest effectief. Personeelstekort belemmert gemeenten het meest in hun werk op het gebied van ruimtelijke ordening/milieu, bouwkunde/civiele techniek en automatisering/ICT. Dit zijn grotendeels ook de gebieden waarop het komende jaar een toename in de bezetting wordt verwacht.

Specifieke doelgroepen

De resultaten van de Personeelsmonitor laten zien dat de situatie met betrekking tot het werven van jongeren in vergelijking met 2020 nauwelijks is verbeterd. In 2020 gaf nog 15 procent van de gemeenten aan belemmeringen te ervaren bij het aannemen van jongeren. In 2021 is dit percentage opgelopen tot 22 procent. De belangrijkste belemmeringen zitten volgens gemeenten in het hechten van veel waarde aan werkervaring, het ontbreken van inwerktijd en onvoldoende bekendheid van de gemeente als werkgever. Het aandeel jongeren (< 35 jaar) in de instroom bedroeg 42 procent en is daarmee ten opzichte van 2020 vrijwel onveranderd (43 procent). Gemeenten slagen er desondanks wel in om het aandeel jongeren op peil te houden.

Aandeel stagiairs en trainees blijft gelijk

Stageplekken en traineeprogramma's worden het vaakst genoemd als maatregelen die gemeenten inzetten om instroom van jongeren te bevorderen. Het aandeel stagiairs bij gemeenten bedroeg in 2021 5 procent en is daarmee vrijwel gelijk aan dat van 2020 (4 procent). 41 procent van de stagiairs volgde een voltijdse MBOopleiding (BOL), 49 procent een HBO-opleiding en 11 procent volgde een universitaire studie. Daarnaast was bij 18 procent van de gemeenten plek voor BBL-studenten. Dit percentage ligt over het algemeen voor grotere gemeenten wat hoger dan voor kleinere gemeenten. Hoewel het aandeel gemeenten dat met trainees is gestart in 2021 toenam van 43 naar 50 procent, is het aandeel trainees in de gemeentelijke bezetting nauwelijks veranderd. In 2020 was 0,4 procent van de gemeentelijke bezetting een trainee, in 2021 was dit 0,3 procent. Ook het aandeel werkervaringsplekken bleef min of meer gelijk ten opzichte van een jaar geleden. We zien door corona (en het vele thuiswerken) nog steeds dat de begeleiding bij stage-, trainee- en werkervaringsplekken in de praktijk lastig blijft.

Doorstroompercentage bij grotere gemeenten het hoogst

Het doorstroompercentage geeft het aandeel medewerkers weer dat in een jaar duurzaam van functie en/of afdeling is veranderd. In voorgaande jaren is voor het doorstroompercentage in de Personeelsmonitor de berekening niet goed toegepastzoals voorgeschreven in het Gegevenswoordenboek. Op basis van de juiste berekening bedroeg in 2021 het doorstroompercentage 7,3 procent. Binnen de grotere gemeenten is het doorstroompercentage hoger dan binnen kleinere gemeenten: onder G4-gemeenten is het doorstroompercentage 12,2 procent en onder gemeenten met minder dan 20.000 inwoners 2,2 procent. De grotere formatie en daarmee meer doorstroommogelijkheden bij grotere gemeenten spelen hierbij ongetwijfeld een rol.

Uitstroompercentage stijgt, aandeel uitstromende 60-plussers daalt

Het uitstroompercentage steeg in 2021 ten opzichte van 2020, van 8,4 procent naar 8,8 procent. Daarmee wordt de stijging van de uitstroom die vanaf 2017 zichtbaar is gecontinueerd. Een toename in het uitstroompercentage tekent zich af voor alle gemeentegrootteklassen. De uitstroom onder kleinere gemeenten is over het algemeen hoger dan onder grotere gemeenten. In 2021 was 35 procent van de uitstromers 60 jaar of ouder. Het aandeel 60-plussers in de uitstroom is daarmee iets gedaald ten opzichte van 2020: toen bedroeg het aandeel 37 procent.

Hoewel het instroompercentage in 2021 afnam en het uitstroompercentage toenam was de totale instroom nog altijd groter dan de totale uitstroom. Ruim de helft van de uitstromers nam vrijwillig ontslag. De belangrijkste redenen voor deze groep zijn een verbetering van de arbeidsvoorwaarden (58 procent) of onvoldoende groei- of opleidingsmogelijkheden (35 procent). De medewerkers die vrijwillig uitstromen gaan volgens gemeenten in veel gevallen werken bij een andere gemeente (55 procent) of een andere overheidsorganisatie (28 procent). Zij blijven daarmee behouden voor de overheidssector. In 2020 lagen deze percentages op respectievelijk 49 en 21 procent.

Uitstroom jongeren stabiel

Bijna 1 op de 5 uitstromers (19 procent) was jonger dan 35 jaar, even hoog als in 2020. 38 procent van de gemeenten geeft aan actief beleid te voeren om jonge medewerkers te behouden. Volgens gemeenten is onvoldoende carrièreperspectief/doorgroeimogelijkheden de belangrijkste reden voor jonge medewerkers om uit te stromen. Tegelijkertijd onderkennen gemeenten opleiding & ontwikkeling, het aanbieden van een vast contract en het inzetten op verschillende projecten door de organisatie heen als belangrijke manieren om jonge medewerkers te behouden.

Ziekteverzuim

Verzuimpercentage gestegen naar 5,8%

Nulverzuim is gestegen naar 54%

Meldings- frequentie gedaald naar 0,70

Langdurig verzuim is gestegen naar 4,5%

Bekijk ziekteverzuim per gemeentegrootte:

< 20.000
20.000 - 50.000
50.000 - 100.000
> 100.000
G4

Gemeentegrootte < 20.000

Ziekteverzuim 5,3%
Nulverzuim 58%

Gemeentegrootte 20.000 - 50.000

Ziekteverzuim 5,8%
Nulverzuim 57%

Gemeentegrootte 50.000 - 100.000

Ziekteverzuim 5,8%
Nulverzuim 57%

Gemeentegrootte > 100.000

Ziekteverzuim 5,4%
Nulverzuim 55%

Gemeentegrootte G4

Ziekteverzuim 6,2%
Nulverzuim 49%

Ziekteverzuim

Ziekteverzuim gestegen, met name langdurig verzuim

Het ziekteverzuim is in 2021 gestegen ten opzichte van 2020, van 5,5 procent tot 5,8 procent. Daarmee ligt het ziekteverzuim op hetzelfde niveau als in 2018 en 2019. De toename is zichtbaar voor alle gemeentegrootteklassen. Deze stijging kan niet los worden gezien van de coronapandemie waarmee Nederland in 2021 te kampen had. Het verzuim onder gemeenten is ook in 2021 hoger dan het gemiddelde verzuim in Nederland voor organisaties met meer dan 100 medewerkers. Het landelijk verzuimcijfer steeg in 2021 ook. In tegenstelling tot 2020 is het verschil tussen het landelijk ziekteverzuimpercentage en dat van gemeenten wel groter.

Met name het langdurige verzuim (43 kalenderdagen of langer) is toegenomen ten opzichte van 2020. Het kortere verzuim (maximaal 42 kalenderdagen) laat geen duidelijke verandering zien. Het nulverzuim, het aandeel van de gemeentelijke bezetting dat zich niet heeft ziek gemeld in 2021, is met 54 procent min of meer gelijk aan dat van 2020.

De meldingsfrequentie, het gemiddeld aantal keer dat medewerkers zich per jaar ziekmelden, is verder gedaald naar 0,70. Met name onder kleine gemeenten (< 20.000 inwoners) is een daling van de meldingsfrequentie zichtbaar. De afname in 2021 is overigens voor alle gemeentegrootteklassen veel kleiner dan in 2020.

'Werkdruk en stress' en 'fysieke en fysiologische aandoeningen' worden door de bedrijfsartsen van de gemeenten in 2021 het meest genoemd als top-5 oorzaken van ziekteverzuim. 48 procent van de gemeenten heeft een vitaliteitsbeleid. Naast vitaliteitsprogramma's ondernemen gemeenten in dit kader activiteiten op het gebied van een goede balans tussen thuiswerken en kantoorwerken, workshops en communicatieprogramma's over vitaliteit.

Opleiding & ontwikkeling

Meer besteed aan opleiding en ontwikkeling

vakinhoudelijke opleidingen blijven populair

Uitgaven opleiding per medewerker gestegen naar 874 euro

Bekijk opleiding & ontwikkeling per gemeentegrootte:

< 20.000
20.000 - 50.000
50.000 - 100.000
> 100.000
G4

Gemeentegrootte < 20.000

Bestede opleidingskosten per medewerker 920 euro

Gemeentegrootte 20.000 - 50.000

Bestede opleidingskosten per medewerker 893 euro

Gemeentegrootte 50.000 - 100.000

Bestede opleidingskosten per medewerker 872 euro

Gemeentegrootte > 100.000

Bestede opleidingskosten per medewerker 883 euro

Gemeentegrootte G4

Bestede opleidingskosten per medewerker 848 euro

Mobiliteit, inzetbaarheid, opleiding en ontwikkeling

Uitgaven opleidingen en ontwikkeling gelijk

Het aandeel van de loonsom dat gemeenten aan opleidingskosten besteedden bedroeg 1,3 procent. Dit percentage is onveranderd ten opzichte van 2020. 71 procent van de gemeenten geeft aan vakinhoudelijke ontwikkeling het meeste opleidingsbudget uit.

Opnieuw maakten gemeenten in 2021 minder opleidingskosten dan begroot. Waar de gemiddelde opleidingskosten per medewerker waren begroot op € 1.068, bedroegen de uitgaven per medewerker € 874. Beperkende maatregelen - door de coronapandemie - op het gebied van de organisatie van trainingen en evenementen hebben hierbij wellicht een rol gespeeld. Het gemiddeld besteed bedrag aan opleiding en ontwikkeling ligt hoger dan in 2020 (€ 789) maar nog altijd lager dan in 2019 (€ 996).

Ontwikkelgesprekken worden gezien als het meest gebruikte en het meest effectieve instrument voor gemeenten om mobiliteit te bevorderen: 83 procent van de gemeenten geeft aan dat ontwikkelgesprekken het meest gebruikte mobiliteitsinstrument is. 76 procent geeft aan dat dit instrument tevens het meest effectief is. Ook loopbaangesprekken met een adviseur komen naar voren als vaak gebruikt en effectief (45 procent).

Salarisontwikkelingen

gemiddeld bruto maandsalaris

4.084 euro

4.036 euro

64% Daling aantal medewerkers eindschaal

aantal medewerkers in hogere salarisschalen stijgt licht

Bekijk primaire arbeidsvoorwaarden per gemeentegrootte:

< 20.000
20.000 - 50.000
50.000 - 100.000
> 100.000
G4

Gemeentegrootte < 20.000

Gemiddeld salaris 3.860 euro
66% van de medewerkers zit in de eindschaal

Gemeentegrootte 20.000 - 50.000

Gemiddeld salaris 3.967 euro
67% van de medewerkers zit in de eindschaal

Gemeentegrootte 50.000 - 100.000

Gemiddeld salaris 4.114 euro
66% van de medewerkers zit in de eindschaal

Gemeentegrootte > 100.000

Gemiddeld salaris 4.140 euro
66% van de medewerkers zit in de eindschaal

Gemeentegrootte G4

Gemiddeld salaris 4.057 euro
60% van de medewerkers zit in de eindschaal

Salarisontwikkelingen

41 procent medewerkers in salarisschaal 10 of hoger

Het gemiddelde salaris per medewerker (gecorrigeerd voor de deeltijdfactor) bedroeg in 2021 € 4.058 bruto per maand (exclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering). 84 procent van alle medewerkers zat eind 2021 in salarisschaal 7 of hoger en 41 procent zat in salarisschaal 10 en hoger. In gemeenten met meer dan 100.000 inwoners ligt het percentage medewerkers in schaal 10 of hoger op ruim 45 procent. Onder kleinere gemeenten is dit minder dan 40 procent. Het aandeel medewerkers in de eindschaal lag in 2021 op 64 procent.

Vanwege aanpassingen in de berekening van het gemiddeld bruto maandsalaris in 2021 is een vergelijking met eerdere jaren niet zinvol.

Corona en belangrijke HR thema's

Thuiswerken belangrijkste effect van corona

94 procent van de gemeenten geeft aan dat toename in het thuiswerken het belangrijkste effect van corona is op de medewerkers. Ook wordt vaak genoemd dat medewerkers meer digitaal werken (58 procent), medewerkers meer werk hebben gekregen (35 procent), het ziekteverzuim is toegenomen (28 procent) en dat er minder mogelijkheden zijn tot het volgen van een opleiding (19 procent).

Vitaliteit & duurzaamheid belangrijke HR thema's

In 2021 waren het realiseren van een sterkere en flexibele organisatie, HR-analytics en programma's gericht op 'vitaliteit en duurzaamheid' de HR thema's die de meeste aandacht kregen. Als belangrijkste HR thema's voor de komende drie jaar worden 'vitaliteit en duurzaamheid', 'arbeidsmarktkrapte' en 'strategische personeelsplanning' genoemd.